Algemene informatie over globale klimaatmodellen.
Nederlandstalige handleiding voor het programma
Het experiment
Met EdGCM kan je zelf experimenten maken. In deze oefening maken we gebruik van een reeds bestaand experiment, dat met de software meegeleverd wordt: IPCC_A1FI_CO2.
Als je een klimaatsimulatie uitvoert, is één van de variablen die je kan veranderen de CO2-concentratie. Het IPCC (International Panel on Climate Change) heeft in zijn laatste rapport verschillende emissiescenario's voor CO2 vooropgesteld, rekening houdend met ontwikkelingen in bevolkingsgroei en gebruik van fossiele brandstoffen. Meer informatie hierover is te vinden op: www.ipcc.ch.
Eén van die scenario's is het A1FI-scenario.
In deze oefening wordt van dit scenario uitgegaan.
Zoals in andere wetenschappelijke experimenten, wordt een 'experimentele simulatie' vergeleken met een 'controle' simulatie. In een controle simulatie worden gekende voorwaarden voor oceanen en atmosfeer gebruikt, en blijven ze constant in de loop van het experiment. Op die manier kan je nagaan hoe bijvoorbeeld een toenemende concentratie broeikasgassen een invloed kan hebben op temperatuur en sneeuwbedekking.
Analyse van de resultaten
Aan de hand van een grafiek van de temperatuur in de loop van de tijd kan je nagaan hoe in deze simulatie de temperatuur zal stijgen in de loop van de volgende eeuw.
Maar uit zo'n temperatuurgrafiek kan je niet opmaken of er in de wereld regionale verschillen zijn. Dit kan je wel aan de hand van een temperatuurkaart.
Op dezelfde manier kan je ook andere variabelen gaan onderzoeken, zoals sneeuw- en ijsbedekking.